De frustraties

Ja wadde, zo een baby is verdorie een 24u op 24u job! Altijd en overal is het ‘Titus, Titus, Titus’. Zelfs als ik dan eens een half dagje voor mezelf heb (’t is te zeggen: naar een verplichte opleidingsdag moet… maar bon, het is het gedacht dat telt), zelfs dan moet ik melk afkolven, snel nog even een outfitje shoppen waarin borstvoeding geven handig is, mijn 6-weken-bevallen- buik intrekken, mij naar huis haasten, Titus, Titus, Titus.

En hij is fantastisch, natuurlijk is hij fantastisch! Het is een wondermooie jongen, hij doet het goed, hij groeit als een kool, hij verandert, ontwikkelt zich nu al, crazyness, hij brabbelt, hij lacht, hij schaterlacht, hij zingt mee met de mama en de papa, hij slaapt soms echt lang en diep (party!! Of nee: eindelijk zzzzzzzelf zzzzzslapen), hij is echt een schatje! Ik knuffel hem graag helemaal plat, ik wil hem opeten, ik wil hem dicht bij mij, lekker zacht, lekker warm. Maar verdorie hij is veeleisend. En vermits Dieje Van Mij het megaaaaa druk heeft, komt dat babyzoontje volledig op mijn schouders terecht, of beter: volledig in de draagdoek aan mijn schouders terecht.

Dat is nog zoiets: tot op vandaag heeft dat manneke van ons de fantastische gewoonte om niet, en vooral niet, in slaap te vallen op een plek en situatie waarin geen voortdurende aanwezigheid van een tweede persoon vereist is. En meestal, bijna altijd is dat de mama. Ultieme slaapplek: de draagdoek. Werkt altijd en overal en ik ben zooooo ontzettend blij dat we dat ontdekt hebben! Fantastisch. Daarnaast slaapt hij tegenwoordig ook al eens op mijn arm, in een lekker nestje van slaapzak en worstenkussen. Of hij slaapt in de voiture, maar dan wel onder voortdurend rijden en ook weer niet altijd en overal. En tenslotte hebben we ontdekt dat hij ook heel goed slaap in zijn relaxstoeltje. Maar ook daar: enkel onder voortdurende beweging, of toch telkens bewegen wanneer hij even half en half ontwaakt, want anders dommelt hij niet terug in en dan is het hek voorgoed van de dam! Gelukkig, en ik prijs mezelf echt heel gelukkig, slaapt hij des nachts in zijn eigen bedje. Naast het onze, wel te verstaan. En het inslapen gebeurt door middel van een hoofdje strelende mama of papa die daarbij lief maar krachtig de tut in de mond geduwd houden. 🙂 Dat ritueel duurt dan soms 5 minuten (party!! Of nee: eindelijk zzzzzzzelf zzzzzslapen), maar kan ook en vaak tot zo’n 30 minuten in beslag nemen. Afhankelijk van zijn hoeveelheid krampjes en andere ongemakjes.

En dan, gedurende dit alles, mijn 24u/24u job, dan ben ik wel eens stiekem jaloers. Jaloers op mijn vroegere zelf, zonder baby. Jaloers op mijn babyloze vrienden, jaloers op iedereen die niet in een godvergeten stad gaan wonen is, jaloers op Dieje Van Mij die gewoon kan en moet werken, jaloers op mama-topmodellen die een platte buik hebben na 4 weken, jaloers op Titus die wél kan slapen, jaloers op iedereen met baby’s die al wél doorslapen, … Bah! Jaloezie is lelijk en vies en vuil en stom en belachelijk! Dus daarom heeft Titus daarop het antwoord: hij grijpt mijn vlecht, hij lacht eens luid, hij huilt zachtjes, hij kijkt eens diep in mijn ogen, hij zegt precies al eens ‘mama’, of hij trekt zo een mega schattig pruilmondje, en hupla! Weg jaloezie! Ik wil mijn tijd daar niet aan verspillen. Oprecht genieten van een gezonde, mooie, lieve baby, dat moet ik doen! En dat doe ik gelukkig de meerderheid van mijn ‘werk’dag ook wel!

Titus-Mama-1