Het moederinstinct

Ok, nee, niet het ‘moederinstinct’, eerder het ‘ouderinstinct’. Want ik denk echt niet dat dit iets exclusief voor vrouwen/moeders is. Maar ik ben zelf natuurlijk een moeder, dus in mijn geval: moederinstinct. 🙂

Maar dus: instinct. The Little One heeft al sinds de ontdekking van zijn koemelkallergie en overschakeling op flesjes ipv borstjes redelijk wat last van een niet al te vlotte stoelgang. Zonder te veel in detail te treden (stel dat hij dit leest als hij 18 is en ziet hoe ik smakelijk en uitgebreid zijn luiervulling beschrijf, hij zal het mij misschien nooit vergeven). Dat werd er maar niet beter op. En toen ineens op 29 oktober (jep, ik weet nog de exacte datum, ik heb een huilende selfie van mezelf getrokken die dag, ter geheugensteuntje) transformeerde The Little One into A Big Monster! In plaats van lachen en spelen en poepschuiven en vrolijk eten, … werd dat huilen en schreeuwen en driftbuien en overstrekken en kronkelen en janken en … NIETS maar dan ook NIETS was nog goed. Hij wou opgepakt worden, maar eenmaal in je armen wou hij terug weg. Hij wou op je schoot zitten, maar zitten was ook mis. Hij wou spelen, maar het speelgoed werd meteen kwaad weer weg gegooid. Een monster dus. De ratio huilen-versus-lachen was van het soort: 10 tegen 1. Voor elke 10u lastig doen, was er maar een klein uurtje dat ik hem met alle moeite ter wereld had kunnen afleiden en laten spelen en lachen.

Nu ja, 1 dagje, dat kan al eens zeker? En in de kinderopvang en bij de Opi en Omi was er kennelijk niets aan de hand. Dag 2 dacht ik ook nog: het ligt misschien aan mij? Hij is boos omdat ik hem niet genoeg aandacht geef? Dag 3 dacht ik: het is een fase, hij is nu 15 maanden, hij leert de grenzen op te zoeken om die grenzen samen met mij als opvoeder te bepalen. Dag 4 dacht ik: fuck, zo een 15 maandertje en opvoeden, dus een helse karwei. Dag 5: de dagen huilend doorbrengen, en dan heb ik het niet enkel meer over The Little One maar ook over zijn moeder, dat gaat toch niet? En zo passeerden de dagen vol lastigheid, vol huilbuien van moeder en zoon, vol paniekerige telefoontjes met de Husband (die aan het werk is) en een goede vriendin en met Omi en Opi, oftewel mijn mama en papa.

En dan kom je bij de goedbedoelde goede raad. En of dat het goedbedoeld is! Ja, dat weet ik wel. En zij zijn er niet bij natuurlijk, ze geven die raad ook maar vanuit hun standpunt, over de telefoon dan nog. Met enkel op de achtergrond het driftende geluid van mijn peutertje. Niet in real life dat rood aangelopen gezichtje, die ogen die niet langer kijken maar gewoon los door je heen staren, dat lijfje helemaal gespannen. De raad was kortweg: je zal moeten leren opvoeden. Het is begonnen! Die driftbuien horen erbij. Dat hij met zijn eten gooit, dat hij niets wil, dat hij vooral en enkel aandacht wil,… Dat is normaal!

Dat zeggen die (trouwens ook echt fantastische) mensen met veel liefde en vooral veel begrip. Ze willen de pijn voor mij verzachten. Ze willen aangeven dat het soms moeilijk is en dat dit normaal is. Dat moeilijke tijden, moeilijke momenten erbij horen. Dat het moederschap soms zwaar valt. Huil maar even uit.

Maar ik wou schreeuwen: DIT IS NIET NORMAAL! Wat als er echt iets is? Iets, jaja, ik durf het zeggen: BIOLOGISCH! Iets dat los staat van opvoeden, van grenzen stellen, van aandacht geven en vragen en krijgen, van ‘verwennen’, van normaal zijn. Van dag 1 was er dat stemmetje dat zei: zo is je zoon toch niet? Er klopt iets niet. Hij heeft ergens last van. En dan niet last-van-groeiend-bewust-zijn, maar van pijn, van daadwerkelijk fysiek ongemak. Ik overdrijf NIET. Je had er bij moeten zijn.

Een gelijkaardige situatie van fysiek ongemak dat leidde tot huilgedrag dat verkeerd geïnterpreteerd werd, dat hadden wij al eens meegemaakt. Maanden aan een stuk zelfs. Tot wij alle drie een zot diepe bodem in een ongekend diepe put hadden bereikt. Dat zit misschien soms iets te paniekerige vers in mijn geheugen. Dat durft mijn kijk op de actuele situatie al eens te vertroebelen. Maar ik wil dat gewoon ook nooit meer meemaken, of toch nooit meer zo lang laten aanslepen. Na maanden ontdekken dat het ook anders had gekund, dat je ook een leuke tijd had kunnen hebben met je kind, in plaats van dagelijkse huilbuien (ook weer bij zowel moeder als kind), no way! Dus deze keer trok ik geheel zelf en redelijk snel aan de alarmbel!

En wat bleek: eens ik mezelf au sérieux nam, nam ook de dokter mij au sérieux (waarvoor eeuwige dank) en al gauw volgde al de rest. Want een oorontsteking en medicatie tegen constipatie later hebben wij sinds enkele dagen weer een vrolijke, alerte, lachende, spelende, grappende, energieke, kwieke, hongerige jongen in huis!

De ratio huilen-lachen heeft zich omgekeerd: voor elk uurtje huilen of driften, grenzen aftasten en opvoeden krijgen we 10 uren lachen, gieren brullen! En eten en goed slapen, en ontwikkelen! Want al dat huilen van de voorbije weken, stond dat ontwikkelen in de weg!

Op naar de eerste stapjes dus!

En vooral: neem jezelf au sérieux. Denk jij dat er iets mis is met je kind? Praat erover, zoek professionele hulp, zoek oplossingen en volg je moeder/vader/ouderinstinct.